Hachee is een echt traditioneel Nederlands stoofgerecht met als hoofdingrediënten rundvlees, uien en een beetje azijn. Het wordt doorgaans in de winter gegeten en dan in combinatie met rode kool, appelmoes, gekookte aardappelen of aardappelpuree. De eerste hachee recepten komen al voor in middeleeuwse kookboeken. Het was toen een manier om restjes gebakken vlees tot een smakelijk gerecht te verwerken.

Azijn in de hachee zorgt ervoor dat het vlees lekker mals wordt. In het recept hieronder wordt geen gewone blanke azijn gebruikt, maar balsamico azijn, waardoor de hachee een subtielere smaak krijgt. In plaats van normale uien worden rode uien gebruikt voor wat meer zoetheid.

Recept voor 4 personen

Ingrediënten:
600 gram doorregen runderlappen
300 gram rode uien
50 gram boter
500 ml bouillon (of 500 ml water met 1 bouillontablet)
2 laurierblaadjes
3 kruidnagels
2 eetlepels bloem
zout en peper naar smaak
3 eetlepels balsamicoazijn

Bereidingswijze:
Haal het vlees een half uurtje voor het starten met bereiden uit de koelkast, zodat het niet koud meer is. Snij de runderlappen in blokjes en de uien in ringen. Smelt de boter in een braadpan en bak de uien tot ze enigszins gekleurd zijn. Voeg dan de bloem toe en bak dit samen met de uien in ongeveer 5 minuten gelijkmatig bruin. Schenk vervolgens de bouillon erbij en voeg de kruidnagels en laurierblaadjes toe. Laat dit dan 3 minuten zachtjes doorkoken. Voeg dan het vlees, de balsamicoazijn en eventueel zout en peper naar smaak toe. Stoof de hachee dan met een deksel op de pan in 2 tot 3 uur op een laag vuur gaar. Neem hiervoor het kleinste pitje op het kooktoestel. Vergeet niet af en toe te roeren om te voorkomen dat het aanbrandt. Als de hachee klaar is verwijder je de laurierblaadjes en kruidnagels.

Een dag van te voren klaargemaakt is hachee nog lekkerder. Laat het na het bereiden af koelen en zet het weg op een koele plaats. Warm het een dag later weer op en serveer met je favoriete bijgerecht.